Iemand wordt niet zomaar van de ene op de andere dag dement verklaart. Het Nederlandse zorgsysteem heeft een aantal zorgvuldige procedures om te kijken wat er precies met iemand aan de hand is. Het kan zijn dat u al heel lang denkt dat iemand dementeert, terwijl de artsen nog allerlei testen willen doen. Dat heeft een belangrijke reden. Een onjuiste diagnose kan kwalijke gevolgen hebben. Daarom gaat een arts zorgvuldig te werk. Wendt u zich in eerste instantie tot uw huisarts. Deze kan doorverwijzen naar een arts in het ziekenhuis die verder onderzoek doet en een definitieve diagnose kan stellen. Dit kan zijn een geriater of neuroloog of psychiater.
In een vraaggesprek tussen arts en de patiënt worden de klachten, problemen en beperkingen op een rij gezet. Een gesprek met iemand die de patiënt goed kent is daarnaast ook belangrijk, omdat iemand die dementeert namelijk niet altijd goed zicht heeft op zijn eigen functioneren.
Als de arts vervolgens vermoedt dat er sprake is van dementie, gebruikt hij een standaard vragenlijst om het cognitieve functioneren van de patiënt vast te stellen. Deze lijst is in vrij korte tijd af te nemen. Omdat het zo’n korte test is, hoeft de uitkomst van deze korte test nog niet tot een diagnose te leiden. Het kan nodig zijn om andere aanvullende onderzoeken te laten verrichten. In het Gooi wordt dit gedaan door Tergooi Ziekenhuis in Hilversum. Zij hebben hiervoor een geheugenpoli die alle onderzoeken in 1 dag kan afhandelen. (Zie deze folder).
Het kan dan gaan om de volgende onderzoeken:
In uitzonderlijke gevallen kan het ook nodig zijn een EEG te maken of met een ruggenprik vocht af te nemen. Dit vocht wordt in het Academisch Ziekenhuis onderzocht op de aanwezigheid van bepaalde stoffen die voorkomen bij de Ziekte van Alzheimer.
Bij neuropsychologisch onderzoek wordt met verschillende testen uitgebreid onderzoek gedaan naar de cognitieve functies, zoals geheugen, waarneming, taal, aandacht en concentratie, enz. Neuropsychologisch onderzoek levert gegevens op over welke functies van de hersenen niet goed meer werken. Daarnaast wordt duidelijk waar iemands sterke kanten liggen en wat dus nog wel goed gaat. Op basis van dit onderzoek kan vaak een uitspraak gedaan worden over de vorm van dementie en over de ernst van de ziekte.
Bij het laboratoriumonderzoek worden verschillende waarden in het bloed onderzocht, zoals glucose- en ijzerwaarde en de schildklier-, nier- en leverfuncties. De uitslag van een laboratoriumonderzoek krijgt u vaak na 1 week.
Er zijn verschillende technieken voor beeldvormend onderzoek van de hersenen: een CT-scan of een MRI-scan waarmee afwijkingen in de structuur van de hersenen zichtbaar worden en een SPECT-scan waarmee een abnormale stofwisseling in de hersenen kan worden aangetoond.